Grensoverschrijdend gedrag bij één op acht sporters in de regio

Geplaatst op: 04 september 2019

 

Grensoverschrijdend gedrag bij één op acht sporters in de regio: ‘Op de fiets wordt wel eens geduwd. Ook aan de achterkant’

Één op de acht sporters heeft als kind te maken gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Maar de stap om misstanden te melden, blijkt groot. De gemeenten Den Bosch, Bernheze en Meierijstad bieden nu met de GGD een extra hulplijn aan.

Als vertrouwenscontactpersoon van atletiekvereniging OSS-VOLO in Den Bosch maakte Jacqueline Loeffen vorig jaar een rondje langs de jeugdleden. In jip-en-janneketaal vertelde ze hen waarvoor ze allemaal bij haar terechtkunnen. ,,Maar tot op heden is er nog nooit iemand naar mij toegekomen", zegt ze een beetje bezorgd.

Veel vaker
Want: geen bericht is niet altijd goed bericht, weet Loeffen in dit geval. Temeer omdat in 2017 uit een onderzoek van de commissie De Vries bleek dat één op de acht sporters als kind op zijn minst één keer met seksueel grensoverschrijdend gedrag te maken heeft gehad. Loeffen: ,,Uit onderzoek blijkt dus dat het veel vaker voorkomt dan bij verenigingen bekend is.”

Het was voor de gemeenten Den Bosch, Bernheze en Meierijstad, in samenwerking met de GGD Hart voor Brabant, reden om vanaf september een centrale hulplijn (088-3686813) van de GGD te gebruiken. Leden en vrijwilligers van sportverenigingen en ook ouders kunnen daar 24 uur per dag, zeven dagen per week terecht voor vragen, advies of meldingen over grensoverschrijdend gedrag. Hierbij gaat het niet alleen om seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Te grote stap
,,Toen we het rapport van de commissie De Vries uit 2017 zagen, zijn we gaan kijken hoeveel meldingen er in Den Bosch bekend waren", zegt Maaike Hofmeijer namens de gemeente Den Bosch. ,,Die waren op één hand te tellen. Toen dachten we: hier klopt iets niet. Het kan niet zo zijn dat in Den Bosch bijna nooit sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag, terwijl het landelijk gemiddelde één op de acht is.'

Volgens Hofmeijer, die zelf onderzoek deed naar hoe verenigingen aankijken tegen grensoverschrijdend gedrag, zijn meerdere redenen te bedenken waarom jongeren geen melding maken van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Sommige durven het simpelweg niet of schamen zich voor wat er is gebeurd. Anderen weten niet eens waar ze terechtkunnen. Hofmeijer: ,,Wat de redenen ook mogen zijn: de stap om iets te melden bleek te groot."

Geen prioriteit
Via de GGD kwam het idee om het beleid regionaal handen en voeten te geven. Dus klopte Den Bosch bij de naburige gemeenten Bernheze en Meierijstad aan. De problematiek bleek er niet anders dan in Den Bosch. Ook daar had preventie van grensoverschrijdend gedrag bij de meeste verenigingen geen prioriteit.

Ine de Kort herkent zich hierin als voorzitter en vertrouwenscontactpersoon van Wielervereniging Schijndel. Ook zij kreeg, net als Loeffen bij OSS-VOLO, nog nooit een telefoontje over grensoverschrijdend gedrag. ,,Enerzijds geeft het een goed gevoel zolang je geen meldingen krijgt. Anderzijds denk je: zouden ze wel naar me toe durven te komen?‘’

Enorm taboe
De Kort vermoedt dat het onderwerp nog altijd een enorm taboe is. Al heeft de wielervereniging sinds twee jaar wel gedragscodes opgesteld, die alle vrijwilligers hebben moeten ondertekenen. Ook moeten de vrijwilligers een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen. Een preventieve maatregel, benadrukt De Kort.

,,Het is niet zo dat we er destijds direct een aanleiding voor hadden. Maar je hoort weleens verhalen over vrijwilligers die ergens anders aan de kant zijn gezet wegens grensoverschrijdend gedrag en dan bij een andere vereniging aan de slag gaan. Wij willen voorkomen dat we achteraf moeten zeggen: dit hadden we kunnen voorkomen."

Lichamelijk contact
Wielrennen mag dan niet een sport zijn met veel lichamelijk contact, De Kort weet dat (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in een klein hoekje zit. ,,Iedereen zit op zijn eigen fiets. Maar er wordt hier en daar weleens geduwd. En ja, dat gebeurt ook aan de achterkant."

In tegenstelling tot OSS-VOLO en Wielervereniging Schijndel kwamen de afgelopen tijd bij de vertrouwenscontactpersoon van de voetbalvereniging HVCH in Heesch wel meldingen binnen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hoeveel dat er waren, durft voorzitter Laurens Gloudemans niet te zeggen. ,,Normaal worden wij daar als bestuur buiten gehouden, maar nu werden we er voor één keer toch bij betrokken."

Volgens Gloudemans ging het destijds om een persoon die geen lid was van de vereniging. Ook weet hij dat er momenteel een kwestie speelt omdat de vertrouwenscontactpersoon, die opgevolgd wordt door een nieuwe, bij het bestuur heeft aangegeven deze zaak af te willen maken. Verder is hij er niet van op de hoogte gesteld. ,,Het is niet voor niets een vertrouwenscontactpersoon.”

Ervaring
Wanneer wordt gesproken van grensoverschrijdend gedrag? ,,We spreken daarvan als een persoon bepaald gedrag als grensoverschrijdend ervaart”, zegt Hofmeijer van de gemeente Den Bosch. ,,Dat is voor iedereen anders. Wat de één oké vindt, is voor de ander niet oké.”

Om op de juiste manier te kunnen handelen wanneer iemand een voorval meldt, biedt de gemeente een cursus aan de vertrouwenscontactpersonen van de verenigingen aan. In deze functie volgde Loeffen die cursus namens OSS-VOLO anderhalf jaar geleden al. Ze leerde onder meer vooral te luisteren en jongeren die iets melden op de mogelijkheden te wijzen waar ze terechtkunnen.

Ondanks haar kennis en kunde stapte nog geen enkel lid van OSS-VOLO op Loeffen af. Is de drempel toch te hoog? ,,Misschien vinden leden het lastig om bij iemand aan te kloppen die ze kennen.” En De Kort, namens Wielervereniging Schijndel: ,,Dat zou zomaar kunnen. Ze denken wellicht: misschien kijkt ze mij voor de rest van mijn leven gek aan als ik haar dit vertel.”

Beter zichtbaar
Bij HVCH gaan ze de contactgegevens van de nieuwe vertrouwenscontactpersoon nog beter zichtbaar maken op de website. Zo moet het voor leden makkelijker worden om contact op te nemen. ,,Hoe opener je bent, hoe minder groot de stap is voor je leden”, zegt Gloudemans.

Extra hulplijn
De hulplijn, die vanaf nu open is, is er niet in plaats van, maar als aanvulling op de al bestaande hulplijn van NOC*NSF, benadrukt Hofmeijer. Al erkent ze dat de hulplijn van de nationale sportkoepel niet alom bekend is bij leden van sportverenigingen. De gemeenten werken samen met NOC*NSF. ,,Het doel is dat mensen de weg beter weten te vinden. Of dat nu via ons is of via NOC*NSF, maakt niet uit.”

De hulplijn die Den Bosch, Bernheze en Meierijstad aanbieden, moet de drempel voor sportclubleden verlagen. In alle anonimiteit kunnen zij bij een professional van de GGD hun situatie bespreken. Twijfel niet, adviseert Hofmeijer. ,,Liever een belletje te veel dan te weinig.”

Guus Peters 03-09-19, Bron: BD

Contact

Maaike Hofmeijer

Consulent Sport en Bewegen Verenigingen

T. 06 11 93 21 40

m.hofmeijer@s-hertogenbosch.nl

Deel dit bericht: