Tafelgesprek over sport, gezondheid en de stad van 2050
Onder leiding van Huub van Mackelenbergh gingen Marianne van der Sloot (wethouder Sport), Michiel van Rijn van Alkemade (voorzitter Bossche Sportraad), Raoul van Ooij (ADAPT Training & Coaching), Corniel Groenen (team ´S-PORT), Miriam de Werd (leefstijlloket Jeroen Bosch Ziekenhuis) en Jeroen van de Ven (strateeg stadsontwikkeling) met elkaar in gesprek over sport richting 2050.
Enkele citaten:
Marianne van der Sloot:
“Het sportlandschap en de voorzieningen (accommodaties en buitenruimte) moeten meegroeien met de toename van het aantal inwoners. In 2050 zal gemeente ’s-Hertogenbosch 200.000 inwoners hebben.”Corniel Groenen:
“Bewegen is noodzaak. We moeten in onze vrije tijd weer meer gaan bewegen. Terug naar homo ludens – de spelende mens.”Miriam de Werd:
“We ontmoeten mensen pas in het ziekenhuis als ze al ziek zijn, dus als we (te) laat zijn met een beweegadvies. Het is moeilijk om bewegen en sport te bundelen zolang we in twee werelden werken. Sport en bewegen ís zorg; het moet een vast onderdeel van de zorg worden. Soms lijken voorbeelden zo eenvoudig: waarom zijn schoolpleinen na 14.30 uur niet meer toegankelijk? Waarom is het hek om een sportvereniging dicht als er geen trainingen zijn? Laat de leden in hun vrije tijd lekker sporten! Clubs zijn overigens nog te weinig ingericht op chronisch zieken, er is te weinig aanbod.”Jeroen van de Ven:
“Zo’n 20-25 jaar geleden richtten we de stad heel anders in. De openbare ruimte is nu onderdeel van het totaalplan. Maar het inrichten kan nog veel flexibeler, slimmer, et cetera. Zo is er wel een groenstructuur, maar die is nog lang niet altijd bruikbaar en geschikt voor sport en beweging. Input hiervoor vanuit de Bossche Sportraad is zeker welkom!”Raoul van Ooij:
“Mensen met een chronische ziekte adviseer ik om niet naar een sportvereniging te gaan, maar naar een sportondernemer die ervoor studeerde om mensen te begeleiden, een professional. Met daarbij de opmerking dat er natuurlijk niets op tegen is om te sporten en bewegen bij een vereniging.”Michiel van Rijn van Alkemade:
“Ondernemende sportaanbieders en sportverenigingen zijn nu nog twee werelden, terwijl ondernemers en verenigingen gebruik kunnen maken van elkaars voorzieningen en expertise. Dat is best ingewikkeld, maar dat we met z’n allen om tafel zitten, is al winst.”Corniel Groenen:
“Alle werelden moeten elkaar beter gaan begrijpen en vinden. Iedereen die met mensen werkt, moet snappen dat dat makkelijker gaat als die mensen gezond zijn.”Marianne van der Sloot:
“Sport en cultuur wordt vaak gezien als ‘leuk’ – en dat is het ook – maar het heeft ook alles in zich wat een samenleving nodig heeft. Verbinding, gezondheid: sport heeft dat in zich. De 3 opgaven voor de komende periode: Hoe zorgen we voor goede voorzieningen?, Hoe zorgen we dat iedereen mee kan (blijven) doen? En hoe kunnen we sport en bewegen nog effectiever inzetten als middel met betrekking tot weerbaarheid, eenzaamheid, meedoen en andere sociaal-maatschappelijke opgaven?”Miriam de Werd:
“Sport roept bij veel mensen weerstand op. Bewegen is laagdrempeliger, maar soms ook niet de juiste benaming.”Michiel van Rijn van Alkemade:
“Het gaat om meedoen, samenkomen, ontmoeten. Dat is het overkoepelende.”Raoul van Ooij:
“Om te innoveren, is communicatie belangrijk. We moeten met elkaar in gesprek om elkaar te leren kennen.”Jeroen van de Ven:
“Quick wins? We zijn al met veel projecten bezig. Zoals de openbare ruimte; er zijn echt wel plekken waar het nodige te verbeteren is.”Corniel Groenen:
“Mijn grote droom voor de komende jaren is dat we een totaal nieuw perspectief krijgen; als we erin slagen om andere beleidsterreinen te laten zien wat sport en bewegen kan betekenen. Vooral mensen die het ’t hardste nodig hebben, hebben daarbij actieve hulp nodig.”Miriam de Werd:
“Helaas is het financieringsmodel van de zorg gebaseerd op de zieke mens.”Michiel van Rijn van Alkemade:
“Ik ben er ook voorstander van om het businessmodel opnieuw te berekenen. Soms is het gewoon makkelijker om het op geld te houden. Dan krijg je andere beleidsterreinen makkelijker mee.”Guido Davio, directeur Sportparticipatie bij NOC*NSF:
“In 2032 willen we dat 12 miljoen inwoners voldoende sporten en bewegen. Daar hebben we jullie allemaal bij nodig. Het vraagt om een transitie, om ook partijen buiten de sector te leren kennen. Tip voor ’s-Hertogenbosch: maak ‘de olifant’ kleiner. Een groei van 40.000 inwoners is een enorm aantal. Maak dat kleiner door in beeld te brengen wie, wat, waar en hoe die mensen zijn. Ga aan de slag door klein te beginnen.”Jeroen van de Ven:
“Een eerste stap? De vergrijzing komt eraan. We moeten zorgen dat mensen mee blijven doen. Een tweede trend is dat er veel nieuwe inwoners komen in een gezinsvormende situatie. Anders gezegd: er komen ook veel jongeren aan.”Miriam de Werd:
“We moeten inderdaad klein beginnen. Ik noem als voorbeeld onze hartrevalidatie: mensen volgen 12 weken een programma in het ziekenhuis. We moeten daarna zorgen voor een warme overdracht richting een sport- en beweegaanbieder. Maar, ik kan die niet benaderen. Wie kan dat oppakken, hoe organiseren we dat?”Raoul van Ooij:
“We moeten zien hoe we die doelgroep naar de sportaanbieders krijgen.”Corniel Groenen:
“Het is belangrijk om mee te bewegen met de vraag en ervoor zorgen dat we passend aanbod hebben, evenals passende voorzieningen.”Marianne van der Sloot:
“Waarbij we accommodaties en voorzieningen ook voor andere sociale activiteiten kunnen gebruiken. Kinderopvang bij een sportvereniging, ouderen die elkaar op een club ontmoeten, et cetera.”